Wachten wij op de besmetting of op de verlossing? 26 maart 2020



Wachten krijgt een nieuwe dimensie, merkt Bert Daelemans sj, die in Madrid gedwongen binnen moet blijven. Maar waarop wachten we eigenlijk, op besmetting of op verlossing?

Je zou denken dat wij wel weten wat wachten is: advent is hoopvol wachten op Kerstmis, de veertigdagentijd heeft veel van getrouw, geduldig en gehoorzaam wachten op Pasen, in de week wachten wij op het weekend, wachten hoort tergend traag thuis in de wachtzaal bij de tandarts en op het station. Maar dit doorworstelen van gedwongen quarantaine en lockdown lijkt in veel gevallen op een noodlottig en gedoemd wachten tot je zelf besmet wordt, want in het ergste scenario, dat volgens sommigen ook het meest realistische is, "zullen wij er allen aan geloven" en kunnen wij ons niet beschermen tegen de besmetting, enkel misschien het even uitstellen.

Hoe zal het hierna zijn? Zullen mensen spontaan op straat komen en lachen en huilen en juichen en elkaar omarmen en applaudisseren zoals bij de bevrijding in 1945? Wachten wij op de besmetting of op de verlossing?

Een ongewone monastieke setting

Bij mij in huis brengt de situatie ons samen in de kapel: elke dag nu vieren wij er de mis. 'Oh, deden jullie dat dan niet?', zal menigeen zich afvragen. Nee: in normale tijden vieren wij versnipperd over de verschillende kapellen van de universiteit en in de parochies in de omtrek. Maar nu wij met z'n allen aan huis zijn gekluisterd brengt dit virusje ons elke avond samen in een eerder monastieke setting die wij niet gewoon zijn. En dat is goed: wij zijn er op een andere manier samen, wij luisteren er op een nieuwe manier naar elkaar en kunnen elkaar zo op een hernieuwde manier dragen en verdragen. Samen verruimen wij de blik naar wie eenzaam deze maanden door moet brengen, of de velen die eenzaam sterven omdat de familie niet bij het sterfbed mag komen, of degenen die door de situatie hun werk verloren.

De ene hoorde over de producten die op de zwarte markt verkocht worden en hoe deze toestand, ook al haalt die bij velen het beste naar boven, bij anderen integendeel het slechtste naar boven haalt; een ander kreeg vandaag een lange telefoon van een dame die het niet meer uithoudt zo opgesloten te leven met haar man en kinderen. Inderdaad zijn de woningen hier in Spanje niet gebouwd om binnen te blijven: hier gebeurt het leven buiten, en allicht daarom lopen de besmettingen nu zo exponentieel op. Gelukkig hebben wij een dakterras waar we een luchtje kunnen scheppen. Van daaruit kijken wij met holle ogen naar de enkele buren die de paar meters van hun balkon op- en aflopen, zoals ik ooit een eekhoorntje heb zien doen in de zoo van Antwerpen.

Een uitgestoken hand

Bij de vredewens stak Paco kranig zijn oude, gerimpelde hand naar mij uit: verbouwereerd wist ik niet hoe ik moest reageren en keek met afgrijzen naar die uitgestoken hand die ik al lang niet meer gewoon ben in tijden van dwangmatig handengewas en voortdurende temperatuurcheck en alles en iedereen obsessief op veilige afstand houden. Die dag zei Jezus in het Evangelie: "Denk niet dat ik de wet ben komen afschaffen maar om ze tot vervulling te brengen. [...] Wie dus ook maar één van de kleinste van deze geboden afschaft en aan anderen leert datzelfde te doen, zal als de kleinste worden beschouwd in het koninkrijk van de hemel" (Mt 5,17.19).

Zo'n tekst krijgt in deze barre tijden uiteraard een bijzondere kleur en bijklank. Wat de wet tot vervulling brengt is de liefde, maar die uit zich net in het getrouw volgen van de kleinste der geboden: in het kleinste detail zit mijn liefde, mijn bezorgdheid, mijn zorg voor jou. De manier waarop ik het aanrecht achterlaat, die vlek opveeg, het licht niet laat branden en achter mij de deur sluit. In die piepkleine dingen, ook al raak ik je niet aan, zit mijn liefde geborgen en draag ik jou op handen. Ja, die uitgestoken hand dient even te wachten. Nee, ik wacht niet op de besmetting; ik wacht heel actief, tot in mijn vingertoppen, op de verlossing.

Bron: www.jezuieten.org