Newmans vriendelijk licht

In juni 1833 strandde de Engelse theoloog Henry Newman op een boot in de Straat van Bonifacio. 's Nachts keek hij uit over de verduisterde boot, met als enig lichtje de boeglamp. En Newman dichtte: "Leid, vriendelijk licht, te midden 't duister dat me omringt (...) één stap is mij genoeg." LUCE/Centrum voor Religieuze Communicatie wijdde op 21 januari een studiedag aan het leven en de theologie van kardinaal Henry Newman.

"Newmans vaste overtuiging was dat hij een onvervangbare taak te vervullen had. Dat had niets met ijdelheid of arrogantie te maken. Ieder mens heeft zo'n goddelijke, onvervangbare taak te vervullen,” zo zei Adelbert Denaux, decaan van de Faculteit Katholieke Theologie. Zo'n 25 deelnemers hadden zich gemeld voor een speciale studiemiddag van LUCE/Centrum voor Religieuze Communicatie over het leven en de theologie van kardinaal Henry Newman (1801 - 1890). Begonnen als priester in de Anglicaanse Kerk, bekeerde hij zich in 1845 tot de katholieke Kerk. Hij schreef veel invloedrijke boeken over het arianisme, de evolutie van het dogma, de rechtvaardiging, de verhouding tussen anglicanen en rooms-katholieken, een geschiedenis van zijn eigen religieuze ontwikkeling, de katholieke universiteit, openbaring en de rol van het menselijk geweten, enz.. Ook werden zijn preken gebundeld en later zijn vele brieven.

Behoeder van de traditie

"De mens is altijd zelf verantwoordelijk voor het aanschijn van God. Dat is één van de kernpunten van Newmans theologie," zo zei de internationaal befaamde Newman-expert Terrance Merrigan (Katholieke Universiteit Leuven). "In 1840 schreef Newman een pamflet over de overeenkomsten tussen de anglicaanse geloofsbelijdenis en het Concilie van Trente (1545-1563). Hij werd door zijn eigen geloofsgenoten veroordeeld. En na zijn bekering tot het katholicisme is hij vele, vele vrienden kwijtgeraakt. Newman beschouwde het katholieke leergezag als behoeder van de traditie. Natuurlijk mag je je verzetten tegen die behoeder als je geweten je dat vraagt, maar dan moet je de consequenties aanvaarden. En dat deed Newman zelf ook."

Lead, Kindly Light
(Henry Newman, vertaling Adelbert Denaux)

Leid, vriendelijk licht, te midden 't duister dat me omringt,
Leid gij mij voort!
De nacht is donker, en ik ben ver van huis -
Leid gij mij voort!
Richt Gij mijn voet; ik vraag niet om te zien
De verre einder - één stap is mij genoeg.

Ik was niet altijd zo, noch bad ik dat Gij
Mij voort zoudt leiden;
Ik verkoos mijn eigen weg te banen en te zien, maar nu
Leid gij mij voort!
Ik verkoos het felle daglicht en, alle vrees ten spijt,
De hoogmoed beheerste mijn wil: herinner U niet voorbije jaren.

Zo lang heeft uw macht mij gezegend, ze zal me zeker
Verder leiden!
Door heide en ven en over rots en vloed, totdat
De nacht is heengegaan;
En met de morgen 't gelaat der engelen glimlacht
Die ik sinds lang heb liefgehad, en voor een tijd verloor.

Positie van de leek

"Newman gaf de leken een buitengewone positie in zijn denken over de kerk." Herwi Rikhof (FKT) stemde van harte in met zijn twee voorgangers. "In de katholieke Kerk sprak men wel van 'Pray, Obey, Pay'. Oftewel leken hadden te bidden, te gehoorzamen en te betalen". "Newman hamerde op de levende relatie met God in de heilige Geest. Daarom hadden ook niet-gewijde bedienaren aandeel aan de koninklijke, priesterlijke en profetische taak van Christus zelf." Rikhof haalde een voorbeeld aan waarin Newman spreekt over de gave van de Geest. "Voor Newman geeft de Geest niet alleen gaven, maar vooral en in de eerste plaats Zichzelf. Hij woont in ons". Daarom kan Newman een echte theoloog genoemd worden die niet bang was te denken vanuit de drie-ene God: Vader, Zoon en Geest.

'Een klein beetje zicht'

Het licht van de Geest gaat dus als een rode draad door Newmans leven. Ook in zijn beroemde gedicht 'Lead kindly light'. "Leid, vriendelijk licht, te midden 't duister dat me omringt, leid gij mij voort!" Denaux legde uit: "De drie strofen van het gedicht gaan over heden, verleden en toekomst. Newman blikt in de tweede strofe terug op zijn leven. Hij verwijt zichzelf meer zijn eigen weg te hebben gekozen dan die van God. Dat hij geen geduld had, altijd maar verder wilde zien en weten. Hij eindigt met een 'mea culpa' en vraagt om vergeving 'Herinner U niet voorbije jaren'. Deze 'bekering' krijgt gestalte in de eerste strofe: 'Ik vraag niet om de verre einder te zien, één stap vooruit te zien is genoeg'. Waar hij in het verleden zelf zijn wegen wilde kiezen en zelf zijn toekomst wilde zien, vraagt hij nu slechts om een klein beetje zicht. In de derde strofe kijkt hij naar de toekomst. 'Zo lang heeft uw macht mij gezegend, ze zal me zeker verder leiden! Door heide en ven en over rots en vloed, totdat de nacht is heengegaan'.

Bron: Dit artikel is gepubliceerd in het blad rkkerk.nl.