Opinie: Responsum Ad Dubium, met opmerkingen 19 maart 2021
Deze opinietekst is geschreven door Herman Lodewyckx.

Antwoord van de Congregatie van de Geloofsleer naar een dubium over de zegen van de verbintenissen van mensen van hetzelfde geslacht.

Vraag:
Heeft de kerk de macht om verbintenissen van mensen van hetzelfde geslacht te zegenen?

Antwoord:
Neen.

Verklarende Nota
Vertaling van de originele Franse tekst door Herman Lodewyckx

1. In sommige kerkelijke kringen worden vandaag projecten en voorstellen verspreid om verbintenissen tussen personen van hetzelfde geslacht te zegenen. Het is niet ongebruikelijk dat dergelijke projecten worden gemotiveerd door een oprechte wens om homoseksuele personen te verwelkomen en te begeleiden, aan wie programma's worden voorgesteld om te groeien in het geloof, "zodat degenen die een homoseksuele trend vertonen kunnen genieten van de nodige hulp om ten volle de wil van God in hun leven te begrijpen en te realiseren"[1].

2. Op deze wegen kunnen het beluisteren van Gods Woord, het gebed, de deelname aan kerkelijke liturgische acties en de uitoefening van de naastenliefde, een belangrijke rol spelen bij het ondersteunen van het engagement om zijn eigen geschiedenis te lezen en zich vrij en verantwoordelijk te houden aan de eigen roep van zijn doopsel, op een vrije en verantwoordelijke manier, want "God houdt van elke persoon en de kerk doet hetzelfde" [2], en weigert elke onrechtvaardige discriminatie.

3. Onder de liturgische acties van de kerk hebben de sacramentaliën een bijzondere plaats, "heilige tekenen waarmee, volgens een bepaalde imitatie van de sacramenten, bepaalde effecten worden betekend, vooral op spiritueel vlak, en ze worden verkregen dankzij de tussenkomst van de Kerk. Door hen zijn mensen bereid om het hoofdeffect van de sacramenten te ontvangen, en worden de verschillende levensomstandigheden geheiligd "[3]. De Catechismus van de Katholieke Kerk specificeert, dan, dat "de sacramentaliën niet de genade van de Heilige Geest op de wijze van de sacramenten verlenen, maar door het gebed van de Kerk bereiden ze voor om de genade te ontvangen en er mee samen te werken (N. 1670).

4. Bij sacramentaliën behoren zegeningen, waarbij de Kerk "mensen oproepen om God te loven, om hen uit nodigen om Zijn bescherming te vragen, hen aan te sporen om Zijn barmhartigheid te verdienen, door de heiligheid van hun leven." [4]. Bovendien, "zijn ze ingesteld op een manier die de sacramenten imiteert, hebben ze altijd en voornamelijk betrekking op spirituele effecten, die ze verkrijgen door de smeekbede van de Kerk" [5].

5. Om in overeenstemming te zijn met de aard van het sacramentaliën, en terwijl een zegen wordt aangeroepen over bepaalde menselijke relaties, is het daarom noodzakelijk dat - naast de juiste intentie van degenen die er aan deel nemen - wat gezegend is, objectief en positief geordend wordt om de genade te ontvangen en uit te drukken, in functie van Gods plannen die in de schepping zijn ingeschreven en volledig geopenbaard door Christus de Heer. Alleen de realiteiten die op zichzelf geordend om deze plannen te dienen, zijn daarom verenigbaar met de essentie van de zegen die door de Kerk wordt gegeven.

6. Om deze reden is het niet gewettigd om een zegen te geven aan de relaties of partnerschappen, zelfs wanneer ze stabiel zijn, waarbij een seksuele praktijk buiten het huwelijk betrokken is (dat wil zeggen uit de onlosmakelijke verbintenis van een man en van een vrouw die op zich open staat voor het doorgeven van het leven), zoals het geval is van de verbintenissen tussen mensen van hetzelfde geslacht [6]. De aanwezigheid in deze relaties van positieve elementen, die op zichzelf worden op prijs gesteld en gewaardeerd, is echter niet van dien aard om hen te rechtvaardigen en dus legitiem vatbaar te maken voor een kerkelijke zegening, aangezien deze elementen in dienst van een verbintenis staan die niet geordend is volgens het plan van de Schepper.

7. Omdat de zegening op personen die verbonden zijn aan de sacramenten, kan de zegening van de homoseksuele verbintenissen niet als wettig worden beschouwd, omdat ze enigszins een imitatie of een analoge verwijzing aan de huwelijkszegening kan inhouden [7] ingeroepen voor de man en de vrouw die zich verenigen in het sacrament van het huwelijk, aangezien "er in de verste verte geen basis is om analogieën tussen de homoseksuele verbintenissen en het plan van God op het huwelijk en het gezin te vergelijken of vast te stellen." [8].

8. De verklaring van de ongeoorloofdheid van de zegeningen van de verbintenissen tussen mensen van hetzelfde geslacht is daarom geen onrechtvaardige discriminatie, en wenst dit ook niet te zijn, maar wil de waarheid van de liturgische rite in herinnering brengen die ten diepste overeenkomt met de essentie van het sacramentaliën, zoals de kerk begrijpt ze.

9. De christelijke gemeenschap en voorgangers worden geroepen om mensen met homoseksuele neiging met respect en met fijngevoeligheid te verwelkomen. Zo zullen ze de meest geschikte manier vinden, in overeenstemming met de leer van de kerk, om hen de volheid van het evangelie te verkondigen. Laat deze mensen tegelijkertijd de oprechte nabijheid van de kerk herkennen - die voor hen bidt, hen begeleidt en deelt in hun voortgang in het christelijk geloof [9] - en er de leringen van verwelkomen met een oprechte beschikbaarheid.

10. Het antwoord op het voorstel van het dubium sluit de toekenning van individuele zegeningen aan mensen met homoseksuele neiging niet uit [10] wanneer die de wens te kennen geven om in loyaliteit aan de geopenbaarde plannen van God te leven, zoals door de leer van de kerk voorgesteld. Maar zij verklaart elke vorm van zegening die de neiging heeft om hun verbintenissen te erkennen als ongeoorloofd. In dit geval zou de zegening de intentie te kennen geven om de bescherming en hulp van God aan bepaalde individuele personen niet toe te vertrouwen, in de hierboven genoemde zin, maar van het goedkeuren en aanmoedigen van een keuze en een levenspraktijk die niet kan worden erkend als objectief geordend aan de geopenbaarde plannen van God [11].

11. Tegelijkertijd herinnert de Kerk eraan dat God zelf nooit ophoudt elk van zijn kinderen op hun pelgrimstocht in deze wereld te zegenen, omdat voor Hem "we belangrijker zijn dan alle zonden die we kunnen plegen" [12]. Maar Hij zegent en kan de zonde niet zegenen: hij zegent de zondige man, zodat hij erkent dat hij deel uitmaakt van zijn plan van liefde en zich door Hem zal laten veranderen. Omdat hij "ons neemt zoals we zijn, maar laat ons nooit zoals we zijn" [13].

12. Om de hierboven genoemde redenen beschikt de Kerk niet, kan ze zelfs niet beschikken, over de macht om verbintenissen tussen mensen van hetzelfde geslacht te zegenen, in de zin zoals hierboven aangegeven.

Paus Franciscus werd tijdens een audiëntie die aan de Secretaris van deze Congregatie wordt verleend, op de hoogte gebracht van de het voorgaande Responsum Ad Dubium, met de toelichtende nota in bijlage en stemde in met de publicatie.

Gegeven te Rome, op de zetel van de Congregatie van de Geloofsleer, 22 februari 2021, feest van de Sint-Petrusstoel.

Luis F.-Kard. Ladaria, S.I.
Prefect
+ Giacomo Morandi,
Titelvoerend Aartsbisschop van Cerveteri
Secretaris

[1] Franciscus, Exhortatio. AP. Post-Synodal Amoris Laetitia, N. 250.
[2] Bisschoppensynode, Slotdocument van de 15e gewone algemene vergadering, n. 150.
[3] IIe Vaticaans Concilie, Const. lit. Sacrosanctum Concilium, n. 60.
[4] Rituale Romanum Ex Decreto Sacrosancti Oecumenici Concilii Vaticani II instauratum auctoritate Ioannis Pauli PP. II Promulgatum, de benedictionibus, Praenotanda Generalia, n. 9.
[5] Ibidem, n. 10.
[6] Cf. Catechismus van de katholieke kerk, n. 2357.
[7] De huwelijkszegening verwijst in feite naar het verhaal van de schepping, waarin de zegening van God van de man en de vrouw gekoppeld is aan hun vruchtbare verbintenis (cf. Gn 1, 28) en aan hun complementariteit. (Cf. Gn 2.18-24).
[8] Franciscus, Exhort. Ap. Amoris Laetitia, n. 251.
[9] Cf. Congregatie voor de geloofsleer, Brief Homosexualitatis problema: over de pastoraal met betrekking tot homoseksuele personen, n. 15.
[10] De De Benedictionibus heeft inderdaad een uitgebreide lijst van situaties waarvoor de zegening van de Heer kan aangeroepen worden.
[11] Cf. Congregatie voor de geloofsleer, Brief Homosexualitatis problema: over de pastoraal met betrekking tot homoseksuele personen, n. 7.
[12] Franciscus, Algemene audiƫntie van 2 december 2020, Catechese over het gebed: de zegening.
[13] Ibidem.




Enkele opmerkingen, een poging tot nuancering...

1. Binnen het klassieke (Rooms-Katholieke) kerkelijke denken klopt de redenering als een bus... Onder de voorwaarde dat men het eens is met de uitgangspunten. Namelijk: God heeft een plan met de mensen en de wereld ingesteld. Dat is een 'goddelijke' "objectieve" ordening die maakt dat de schepping niet alleen in het verleden is gebeurd, maar nog steeds voortduurt door de scheppingsdaad van de voortplanting waarbij man en vrouw zich verenigen. Alles wat ertoe bijdraagt verdient Gods zegen. Maar soms loopt het fout. Dat is geen reden om mensen te veroordelen of te discrimineren. De pastoraal dient ertoe om mensen, in dit geval, mensen met een homoseksuele neiging of die aangetrokken zijn tot iemand van hetzelfde geslacht, te begeleiden op hun weg naar inzicht met wat God met hen voor heeft. In deze zin kunnen ze gezegend worden als persoon, maar niet hun verbintenis die niet strookt, zelfs niet geoorloofd, is volgens Gods plan.

2. Merk op: het klassieke onderscheid tussen moraal (een foute verbintenis) en pastoraal (mensen begeleiden op hun weg naar inzicht in Gods plan voor hèn). Maar ook tussen de persoon en het handelen van die persoon. Elke mens draagt zondigheid in zich, maar dat is geen reden dat God de mens niet liefheeft. Dat is ook geen reden voor christenen om deze medemens niet lief te hebben. Geen discriminatie, maar de andere tegemoet treden in respect en fijngevoeligheid. De christelijke gemeenschap biedt gebed, inzicht en begeleiding aan om mensen te helpen op hun pelgrimstocht. Maar dus geen zegening van een verbintenis zoals het huwelijk tussen man en vrouw.

3. Wat in vroegere documenten over seksuele moraal nogal eens opdook, blijft nu op de achtergrond: de 'objectieve ordening' door God ingesteld. Het sleutelwoord is in deze 'natuur'. In de Franse versie komt het woord maar 2 keer voor, en dan nog in de zin van 'in de aard van', niet als 'natuur' zelf. In vroegere documenten (bv. Humanae Vitae, 1968) was de natuurlijke, 'objectieve', ordening het leerboek van Gods Plan. M.a.w. niet door mensen zo bepaald, maar door God zelf, neergelegd in dè Natuur. Aan deze 'Vaticaanse' redenering liggen twee axioma's ten grondslag: de natuur als leerboek over Gods Plan, maar ook de natuur als leermeester voor het menselijk gedrag. In de middeleeuwen kon dit misschien geloofwaardig zijn, maar niet meer in deze tijd. De natuur als leerboek is op velerlei wijze te interpreteren. Wanneer we dan toch even kijken naar de natuur als leerboek en als leermeester, kunnen we moeilijk de bidsprikhaan als voorbeeld nemen voor de verbintenis tussen man en vrouw: het vrouwtje vreet het mannetje op na de paring. In de middeleeuwen werd wel eens geschermd met de 'kuise olifant': die zou slechts om de drie jaar paren, maar ongezien. Waarbij je dan ook spontaan vraagt: wanneer niemand het zag, hoe kan je zoiets dan weten? En wat wanneer blijkt dat olifanten wel jaarlijks paren? Met elk voorbeeld uit de natuur, is een tegenvoorbeeld te geven. Zo duidelijk is dus de 'ordening' in de natuur niet te lezen, laat staan een plan van God. Er wordt eerder een ordening IN de natuur gelezen dan er UIT gelezen.
Dergelijke redeneringen leiden tot men 'naturalistische drogredenen' noemt: d.w.z. dat men redeneert: omdat het in de natuur zo is, dan MOET het ook zo zijn. Niet de mens, maar de natuur geeft de maat van de dingen. En dat klinkt wel bekend bij ouderen die nog opgegroeid zijn met de leer en moraal van de Kerk: de natuur van de vrouw (vul maar in wat dat inhoudt, en vooral door mannen ingevuld:... ) bepaalt hoe de vrouw moet zijn en zich heeft te gedragen 'volgens haar natuur'; de natuur van de man (vul maar in wat dit inhoudt, maar hier hadden vrouwen weinig inspraak bij:... ) bepaalt hoe de man moet zijn en zich behoort te gedragen. En o wee wanneer een vrouw of een man zich niet in het voorgestelde patroon thuis voelt, zich niet 'normaal' voelt. Wanneer dat gewoon een sociaal probleem is, is dat vervelend, soms bron van spot of pesterij, maar wanneer dat verheven wordt tot een goddelijk niveau, wordt dat plots zondig "om tegen je natuur te zijn" en dus indruisend tegen Gods Ordening of Plan.
Een 'naturalistische drogreden' functioneert een beetje zoals een zwarte doos: eerst steekt men er wat in naar eigen believen, om het er daarna triomfantelijk uit te halen. En met 'natuur' heeft men bijna een sacrosancte zwarte doos: de 'heilige' natuur, Gods schepping zelf.
Eenvoudig gezegd: het is niet omdat iets zo is (maar dat moet dan maar aangetoond worden, dat kan wel verschillen van mens tot mens), dat dat ook zo moet zijn. Verschillen tussen mannen en vrouwen kunnen misschien als statistisch 'normaal' gevonden worden (bv. dat vrouwen zwanger kunnen worden), maar daarom wordt dit nog geen morele norm waarnaar mensen moeten handelen. En dat had kard. J. Suenens indertijd zeer goed begrepen: na het verschijnen van Humanae Vitae beklemtoonde hij dat het (weliswaar 'goedgevormd') geweten van een gelovige nog steeds boven de voorschriften staan die worden voorgehouden door de Kerk. Of met Paulus te zeggen in de Galatenbrief: ben je geroepen om te leven in de vrijheid van de Kinderen Gods of onder wet van de joden en dus je eerst laten besnijden voor je christen werd. (Wat Petrus voorstond!)

4. Wat hebben we gewonnen sinds het Vaticaans Concilie? Dankzij de Leuvense moraaltheologen (Janssens en Heylen) is er een strijd aangegaan tussen een personalistische moraal en de hoger geschetste naturalistische moraal. In het Vaticaan heeft men nooit de naturalistische moraal durven afzweren als verleden of om de personalistische moraal ten volle te omarmen. Maar de sporen zijn gebleven. En afhankelijk van wie dergelijke teksten interpreteert en uitlegt, komt ofwel de (negatieve) naturalistische moraal naar boven ofwel de (positieve) personalistische moraal. Het personalisme verwijst niet naar de natuur van de mens of van de dingen, maar naar de groei als persoon-in-gemeenschap (maar waarbij men soms wel eens het belang van het milieu over het hoofd ziet). Het is een basisfilosofie van o.m. de christendemocraten, geïnspireerd door de Franse filosoof E. Mounier, en wonderwel meer en meer herkend in het Zuid-Afrikaanse Ubuntu-begrip: je kan maar mens/persoon zijn met medemensen. Zal een volgende Afrikaanse paus dit begrip integreren in de kerkelijke moraal? In elk geval komen beide morele visies in deze tekst aan bod. En je voelt dat de auteurs ermee hebben geworsteld. De ene wilde vooral die Goddelijke ordening beklemtonen, de andere het belang van Gods liefde voor de (zondige) mens en te groeien met anderen tot persoon. In elk geval zullen de Poolse bisschoppen en conservatieve christenen tandenknarsen omdat ze mensen die van andere mensen houden, maar wel van hetzelfde geslacht, niet meer mogen buitenschoppen en verketteren als zondaars, tenzij ze zichzelf als zondaar kennen voor God.

5. Een verbintenis zoals het huwelijk kan niet gezegend worden wanneer het mensen betreft die zich aangetrokken voelen tot iemand van hetzelfde geslacht. Maar dat geldt bv. ook t.a.v. polygamie of polyandrie. Maar een zegening voor elke persoon afzonderlijk kan wel. Zou de wereld er niet beter aan toe zijn wanneer we daar al eens aan begonnen?

Herman Lodewyckx
Filosoof en ethicus
Oostende, 16 maart 2021