Een duobaan: Petrus en Paulus (Feest van Petrus en Paulus jaar A)

2 Timotheus 4, 6-8, 17-18; Matteüs 16, 13-19

Petrus en Paulus, een duobaan.
We hebben uitzonderlijk als eerste lezing Paulus gelezen. Dat mocht wel op zijn feestdag; en het was niet te moeilijk. De brief van Paulus is een eindpunt, het einde van een levensverhaal. Hij zit gevangen in Rome. Dit is zijn afscheid, zijn testament.
Het evangelie heeft het over een beginpunt: Petrus krijgt zijn opdracht, zijn zending. Hij zal met Paulus de jonge kerk een richting moeten geven.
Twee figuren, totaal verschillend, vaak ruziënd en botsend.
Heiligen? Soms verre van. Petrus wordt door Jezus vaak terechtgewezen, hij verloochent hem tot driemaal toe. Paulus haat die afgescheiden die zich op Jezus beroepen. Hij jaagt ze na waar hij kan.

Wij zouden met het CV van Petrus en Paulus misschien problemen hebben, God niet. Voor Hem is de menselijke zwakte een gegeven zoals een ander. Beiden worden uitverkoren: heiligen moeten voor God geen Uebermenschen zijn, Hij kent hun zwakte en ook hun sterkte.
Petrus, de eenvoudige visser, moet een theologische belijdenis uitspreken: Wie ben Ik volgens jou? En Petrus antwoordt: De Messias, de zoon van de levende God. Hij beseft niet wat hij zegt, hij is geen filosoof, maar hij gelooft in die man, hij vertrouwt hem blindelings. Hij laat zich leiden door zijn intuïtie, door zijn hart.
Paulus, de intellectueel, kwam uit een Grieksdenkend, kosmopolitisch milieu, sprak Grieks, was Romeins staatsburger, wou schriftgeleerde worden... Hij had alleen maar minachting voor die nieuwe Joodse sekte die zich beriep op een zekere Jesjoea. Ze moesten uitgeroeid worden... Tot hij op weg naar Damascus van zijn paard gegooid wordt en blind blijft tot hij een nieuwe, een andere Jahweh ervaart die zich in Jezus kenbaar maakte.

Een duobaan, een baan die dreigde in tegengestelde richtingen te lopen. Petrus stamt uit een traditioneel, door de Romeinen onderdrukt Joods milieu. Hij heeft de neiging zich in zijn gemeenschap op te sluiten, veiligheid te zoeken. Hij botst dan ook met Paulus, de reiziger, de student, die de internationale wereld kent, die weet dat je met het denken de wereld verovert.
Maar beiden zijn ze bezeten door de figuur van Jezus.

En zo staan ze dan op de icoon. Dit is misschien het eerste concilie van Jeruzalem. Petrus en Paulus, in twee kampen, beiden omgeven door apostelen, maar ondanks hun tegenstellingen dragen zij samen de kerk. Want bovenaan op de icoon komt de inspiratie van de Geest.
Wij zijn allemaal Petrusjes en Paulusjes. Wij verloochenen meer dan driemaal, wij weten niet wat we zeggen als wij ons geloof belijden, wij blijven vaak blind en verblind. Maar soms kan de geest ons bezielen, soms worden we van ons paard geslagen en zien we duidelijk waar het om gaat, om een God die zich kenbaar maakt in Jezus en in mensen.
Vandaag en morgen vieren we het feest van de twaalf apostelen, dus ook ons aller feest.

Amen.